Annebet Leeuwis

Annebet Leeuwis raakte tijdens haar promotieonderzoek gefascineerd door vaatschade in de hersenen. In het kader van de hart-brein studie onderzocht Annebet de relatie tussen hart- en vaatziekten en dementie. Hierbij richtte zij zich in het bijzonder op de relatie tussen hersendoorbloeding en cognitief functioneren bij zowel mensen met hart- en vaatziekten als bij patiënten met dementie.

Waarom is dit onderzoek belangrijk?

Wanneer klachten van het denkvermogen ontstaan – hiermee bedoelen we het vermogen om iets te onthouden, de aandacht vast te houden, problemen op te lossen of plannen te maken – willen we graag weten waar de oorzaak ligt. Een van de oorzaken kan vaatschade in de hersenen zijn. Hierdoor verandert de bloedtoevoer naar de hersenen of de doorbloeding van de hersenen, waardoor deze minder zuurstof en voedingsstoffen krijgen.

Vaatschade in de hersenen is naast de ziekte van Alzheimer, een veelvoorkomende oorzaak van dementie. Er zijn bovendien steeds meer aanwijzingen dat hart- en vaatziekten, zoals een hoge bloeddruk, hartfalen of suikerziekte, schadelijk zijn voor de structuur en de functies van de hersenen. Als gevolg van een slechte leefstijl neemt het aantal mensen met deze klachten gestaag toe. In deze studie wilden we daarom de relatie tussen hart- en vaatziekten en dementie verder onderzoeken.

Wat heb je ontdekt?

Voor dit onderzoek hebben we gebruikgemaakt van een speciale MRI-techniek: ‘Arterial spin labeling’ of ASL. Deze techniek meet de doorbloeding van de hersenen en kan iets zeggen over hoe goed de hersenen functioneren. Uit mijn onderzoek bleek dat een slechtere hersendoorbloeding samenhangt met een slechter denkvermogen bij patiënten met alzheimerdementie. Daarnaast bleek dat een aanzienlijk deel van de patiënten met hart- en vaatziekten (zoals hartfalen) in de hersenen ook geheugenproblemen had. We vonden in deze groep echter geen samenhang met de hersendoorbloeding als mogelijke oorzaak van de geheugenproblemen.

En hoe nu verder?

Vaatschade in de hersenen kunnen we niet genezen, maar kunnen we wel behandelen om erger te voorkomen. Dit in tegenstelling tot de ziekte van Alzheimer waarbij dit nog niet mogelijk is. Op dit moment doen we onderzoek of lichaamsbeweging de hersenbloeding en mogelijk ook het denkvermogen kan verbeteren. Daarnaast richten we ons op de interactie tussen vaatschade in de hersenen en alzheimerpathologie, bij patiënten met hart- en vaatziekten.

Ik pleit voor meer aandacht voor mogelijke geheugenproblemen bij patiënten met hart- en vaatziekten, waarbij meer samenwerking tussen de disciplines neurologie, cardiologie en interne geneeskunde van belang is.